Het juiste woord hangt af van de zin. Verlaagt gebruik je als werkwoord in de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld in hij verlaagt de prijs. Verlaagd gebruik je als voltooid deelwoord of als bijvoeglijk woord, bijvoorbeeld de prijs is verlaagd. Dat is meteen het hele verschil: de t hoort bij de handeling nu, de d bij iets dat al gebeurd is.
De fout zit meestal niet in het woord, maar in het moment
Daar gaat het vaak mis. Mensen weten meestal best wat ze willen zeggen, maar twijfelen over de vorm. Is iemand nú iets aan het doen, dan kom je uit op verlaagt. Is iets al aangepast of naar beneden gebracht, dan wordt het verlaagd.
Dat verschil lijkt klein, maar in een zin valt het meteen op. Zeker in zakelijke teksten, webshops of nieuwsberichten gaat dit woord vaak langs.
Wanneer je verlaagt schrijft
Verlaagt hoort bij een werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd. Je gebruikt het dus als iemand of iets nu actief iets lager maakt.
Denk aan zinnen als:
- De winkel verlaagt de prijzen
- De overheid verlaagt de belasting
- Hij verlaagt bewust zijn tempo
In al deze voorbeelden gebeurt de handeling op dat moment. Daarom eindigt het woord op een t.
Wanneer verlaagd de juiste keuze is
Verlaagd gebruik je als iets al lager is gemaakt. Het gaat dan niet om de actie zelf, maar om het resultaat ervan.
Bijvoorbeeld:
- De prijzen zijn verlaagd
- Het tarief is verlaagd
- Een verlaagde snelheid geldt hier niet, maar een verlaagd bedrag wel
Daar merk je meteen het verschil. Je beschrijft niet wat iemand doet, maar wat de nieuwe toestand is.
De handigste truc is verrassend simpel
Twijfel je? Zet het woord dan even in een andere zin. Kun je ook zeggen hij loopt, hij betaalt of hij verandert, dan zit je meestal in de tegenwoordige tijd en kies je verlaagt. Kun je eerder zeggen is aangepast of is verminderd, dan kom je uit bij verlaagd.
Die kleine test werkt vaak sneller dan lang nadenken over d’s en t’s.
Dit verschil wil je één keer goed onthouden
Verlaagt is voor de handeling nu. Verlaagd is voor iets dat al gebeurd is. Meer zit er eigenlijk niet achter. En juist omdat het zo’n klein verschil is, gaat het zo vaak fout. Zodra je het moment in de zin scherp hebt, kies je bijna automatisch de juiste vorm.